7 principes

Bij het ontwerpen van een cursus is het goed om volgende principes in het achterhoofd te houden. Deze principes gelden zowel voor klassikaal lesgeven als ook voor lesgeven waarbij digitale leermiddelen een duidelijke rol spelen.
(Bron: Leren (en) doceren met digitale leermiddelen in het hoger onderwijs )

Foto hand op laptop 
  1. Cursisten werken met elkaar samen
  2. Cursisten leren actief
  3. Cursisten ontvangen directe feedback
  4. Cursisten hebben veel contact met lesgever en met medecursisten.
  5. Cursisten leren op verschillende manieren.
  6. Cursisten leren in een context.
  7. Cursisten krijgen een variëteit aan werkvormen aangeboden

 

  • Cursisten werken met elkaar samen.
    Samenwerken bevordert het leren van het individu. Je leert van anderen, wat vaak de betrokkenheid vergroot. Door ideeën te delen, op elkaar te reageren, te discussiëren ... verbetert het denken, het inzicht en de kennis.
    Met digitale leermiddelen kan het samenwerken georganiseerd, ondersteund en gecoacht worden.

    Voorbeeld

    Sociaal recht: de opdracht rond kindergeld wordt per twee via GoogleDocs gemaakt.

  • Cursisten leren actief.
    Een cursist leert het meest wanneer hij actief er actief mee bezig is. Bijvoorbeeld door te praten over wat je leert of door wat je leert ook toe te passen in concrete praktijksituatie (vb. stage).
    Digitale leermiddelen kunnen actieve werkvormen ondersteunen. Bijvoorbeeld door het aanbieden van casussen of door het houden van debatten.

    Voorbeeld

    Audit: de cursisten moeten een mening vormen rond het nut van bloggen binnen een bedrijf en debatteren hierover gedurende drie weken via een online discussieforum.

  • Cursisten ontvangen directe feedback.
    Je kunt de cursist niet aan zijn lot overlaten. Regelmatige en directe feedback helpt de cursist om zijn leerproces tijdig bij te sturen.
    Met digitale leermiddelen kan een cursist op efficiënte en gepaste wijze feedback krijgen. Dit kan door de lesgever, medestudenten, externen of zelfs volledig automatisch.

    Voorbeeld

    Frans: de cursisten kunnen in de elektronische leeromgeving oefeningen over het vervoegen van werkwoorden maken. De oefeningen worden automatisch verbeterd en de cursisten krijgen onmiddellijk feedback en studietips.

  • Cursisten hebben veel contact met lesgever en met medecursisten.
    Intensief contact met de lesgever en de medecursisten verhoogt de motivatie en betrokkenheid. Dit is bevorderlijk voor het leerproces. Een oprechte betrokkenheid van de lesgever stimuleert de cursisten ook om niet af te haken.
    Digitale leermiddelen kunnen deze contacten bevorderen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van nieuwsberichten, e-mail en fora. Anderzijds is het ook noodzakelijk dat de cursisten de aanwezigheid en betrokkenheid van de lesgever in een elektronische leeromgeving voelen, zonder dat de lesgever zich opdringt.

    Voorbeeld

    Webdesign: tijdens de enkele lessen kunnen de cursisten intensief aan hun eigen website werken. Ze mogen elkaar vragen stellen, naar elkaar website kijken en ideeën opdoen. De lesgever loopt rond, beantwoordt vragen, geeft tips ...

  • Cursisten leren op verschillende manieren.
    Elke cursist is anders: kennis, tempo, manier van leren ...
    Digitale leermiddelen kunnen tegemoet komen aan de verschillen tussen cursisten. Multimediale leermiddelen (tekst, audio, video, afbeeldingen ...) biedt de mogelijkheid om te variëren. Een cursist kan de leerstof ook meerdere keren doornemen en oefeningen hermaken, als hij de leerstof niet zo eenvoudig vindt. Er kunnen extra oefeningen van een hoger niveau aangeboden worden om cursisten die wat verder staat, toch te blijven uitdagen.

    Voorbeeld

    Duits: de cursisten kunnen per hoofdstuk een oefeningenreeks doorlopen. Je wordt van oefening naar oefening geleid, maar niet iedereen volgt hetzelfde traject. Dit is namelijk afhankelijk van het resultaat op een bepaalde oefening (adaptief testen) Bij een goed resultaat, krijg je een moeilijkere oefening, bij een minder goed resultaat krijg je een oefening van hetzelfde niveau.

  • Cursisten leren in een context.
    Activiteiten in een authentieke, levensechte situatie uitvoeren, zorgen ervoor dat een cursist kennis en vaardigheden gemotiveerd aanleert.
    Met digitale leermiddelen kunnen authentieke situatie gesimuleerd worden.

    Voorbeeld
    Toeristische gids: de cursist oefent a.d.h.v. een virtuele tour een stad voor te stellen.

  • Cursisten krijgen een variëteit aan werkvormen aangeboden.
    Variatie in werkvormen - activiteiten die cursisten uitvoeren - werkt motiverend. Soms draagt de lesgever informatie over, soms begeleidt hij cursisten bij opdrachten, soms wordt er gedebatteerd ... Door deze afwisseling komt de lesgever ook tegemoet aan de verschillende voorkeuren die cursisten hebben voor onderwijsactiviteiten.
    Digitale leermiddelen kunnen de variatie in werkvormen ondersteunen.

    Voorbeeld
    Methoden van de archeologie: de cursist leert en oefent de nodige zoekstrategieën om informatie te vinden die helpt de materiële resten uit het verleden te interpreteren. Dit doet hij zelfstandig door kleine, individuele taken te maken, maar ook via groepswerk.

Auteurs: Ruben Jans, Aaja Debrabandere (Redactieteam), Inez Hoeijmakers, Veerle Meuleman


Meld je aan of registreer om items te taggen
code:

Kopieer onderstaande code en plak deze in de html-code van jouw website.

<script src="http://www.toll-net.be/embed/312" type="text/javascript"></script>
forums: Bespreek dit verder in de forums

Creative Commons License

Deze pagina is beschikbaar onder een Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 2.0 Belgische Licentie
bladwijzers en delen (pop-up)

Nog geen lid? Schrijf je nu in

Reeds lid van Toll-net? Aanmelden