Begeleiding
Bij het werken met portfolio's verschuift de rol van lesgever steeds meer naar de rol van coach. Daarom zijn de aspecten coaching en intervisie erg belangrijk.
De Plan-Do-Check-Act cyclus van Deming is uitermate bruikbaar om het portfolioproces vorm en inhoud te geven.
De PDCA-cyclus geeft aan welke stappen een cursist kan zetten. Via de vier stappen doorloopt een cursist een cyclus om tot verbetering van de uitvoering van activiteit(en) te komen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de activiteiten die de cursist onderneemt om zijn competenties of vaardigheden te ontwikkelen, zoals het opstellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP).
Bij de beschrijving van de rol van de begeleider wordt het reflectiemodel van Korthagen gebruikt.
In de praktijk kan de ondersteuning op verschillende manieren plaatsvinden.
Afhankelijk van de opleidingsvisie, kan er sprake zijn van veel, weinig of geen sturing.
Bij het gebruik van een portfolio is de vooronderstelling dat de cursist zelf zijn ontwikkeling ter hand neemt. Merk op dat een hoge mate van sturing, d.w.z. een strak voorgeschreven vorm van onderwijs en veel voorschriften die het portfoliogebruik structureren, in strijd is met de idee van de cursist die zelf zijn ontwikkeling ter hand neemt.
Aan de andere kant, werken aan je ontwikkeling en daar ook zelf voor verantwoordelijk zijn, moet geleerd worden. De uitdaging voor de begeleider is daar op in te spelen, door bijvoorbeeld bij de start van de opleiding vast te stellen hoe ver de cursist staat als het gaat om zelfstandig werken en zelf verantwoordelijkheid nemen (dit kan onderdeel zijn van een intake-assessment) en de begeleiding vervolgens daaraan aanpassen.
Daarnaast zijn structuur en criteria ook noodzakelijk om het portfolio te kunnen beoordelen.
Het uiteindelijk doel zal altijd zijn: de cursist zelf verantwoordelijk maken, dus ook voor het vragen naar ondersteuning.
Auteurs: Gabrielle Erlingen, Luc Vandeput, Jan Velghe
Nog geen lid? Schrijf je nu in
Reeds lid van Toll-net? Aanmelden

