4C/ID model

Het vier componenten instructiemodel (4C/ID-model) van van Merriënboer vormt de basis voor het ontwerpen van trainingsprogramma’s om complexe taken aan te leren. Bij complexe taken wordt er verondersteld dat zowel kennis, vaardigheden en attitudes aan bod komen, of in andere woorden: dat competenties aan bod komen.

4cid

Het centrale uitgangpunt van het 4C/ID-model is ‘whole-task practice’; dit wil zeggen dat men taken in zijn geheel inoefent en niet start met afzonderlijke deeltaken die dan later worden samengevoegd. Op die manier probeert men recht te doen aan de werkelijkheid waarin men de taak ook in zijn geheel zal moeten aanpakken. Tevens is het ook de bedoeling te werken met authentieke taken; dit zijn taken waarmee men later kan geconfronteerd worden buiten het trainingsprogramma.

Het 4C/ID-model is opgebouwd uit vier gerelateerde componenten (zie Figuur 1), namelijk: (1) leertaken, (2) ondersteunende informatie, (3) procedurele informatie en (4) deeltaakoefeningen. Deze componenten vormen dan ook de richtinggevende principes voor het ontwerpen van trainingsprogramma’s om complexe vaardigheden aan te leren.

Enkele voorbeelden kan je hier terugvinden.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditlinkedinmail