Woordenboek

In dit woordenboek vind je verklaringen van de meest gebruikte termen m.b.t. e-leren.

Het woordenboek op deze website is grotendeels gebaseerd op de volgende bronnen:
  1. A
  2. B
  3. C
  4. D
  5. E
  6. F
  7. G
  8. H
  9. I
  10. L
  11. M
  12. O
  13. P
  14. R
  15. S
  16. T
  17. V
  18. W
  19. Alles
  1. A

    Leren waarbij de cursist de leeractiviteiten op een andere plaats kan volgen dan waar de cursus wordt gegeven.

  2. Het samenstellen van leereenheden met behulp van leerobjecten.

  3. De kleinste ondeelbare elementen in digitaal leermateriaal worden ook wel bronmaterialen of 'assets' genoemd.

  4. Asynchroon leren is een leersituatie waarbij cursisten individueel leren via een computernetwerk.

  5. Een audioboek is een opname van een voorgelezen boek(-fragment).

  6. Met een auteurstool of auteurssysteem wordt digitaal leermateriaal gemaakt

  7. B

    Blog:

    Een blog, of ook wel weblog, is een eenvoudig te onderhouden website die regelmatig - soms meerdere keren per dag - vernieuwd wordt en waarop de geboden informatie in chronologische volgorde (op datum) wordt weergegeven.

  8. Een methode om content naar meerdere lerenden tegelijkertijd te zenden door gebruik te maken van televisie- en radiosignalen.

  9. C

    Chatten is het voeren van een gesprek door het heen en weer typen van tekst tussen twee of meer gebruikers van computers die zich op verschillende locaties bevinden en die tegelijkertijd in hetzelfde netwerk werken. De door de gebruiker getypte tekst komt vrijwel meteen op het scherm van de gesprekspartner(s), meestal als hij/zij op Enter drukt. Hier kan dan direct op gereageerd worden.

  10. CMS:

    Content Management Systeem. Een CMS is een applicatie die de diverse soorten content van een organisatie kan onderbrengen in een systeem, en zorgt voor de begeleiding van de content - vanaf het ontstaan tot aan de vernietiging van deze content.

  11. Een (online) community is een ontmoetingsplaats op het internet waar bezoekers met bijvoorbeeld gelijke interesses of werkzaamheden elkaar opzoeken. In de context van e-leren is deze ontmoetingsplaats zodanig ingericht dat de lerenden in contact kunnen komen met anderen en samen kunnen leren en kennis delen. De online community faciliteert in deze behoeften. De inhoud in de community wordt veelal door de leden bepaald, in dit geval de lerende.

  12. Creative Commons (CC) is een initiatief om de distributie en het gebruik van auteursrechtelijk beschermde literatuur, fotografie, muziek, film en wetenschappelijk werk via het internet zoveel mogelijk te stimuleren, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht.

  13. CSS:

    Cascading Style Sheets (afgekort tot CSS) is een techniek voor de stijl (vormgeving) van webpagina's. De informatie over de vormgeving wordt toegevoegd aan de HTML-code
    van het document. Die informatie kan in het document zelf staan, maar ook in een extern document dat wordt geïmporteerd. Een dergelijk apart geïmporteerd document wordt ook wel stylesheet genoemd. Een stylesheet biedt de mogelijkheid inhoud en vormgeving van een document van elkaar te scheiden en op die manier een consistente vormgeving over meerdere documenten te bereiken.

  14. D

    Het woord digitaal wordt veel gebruikt waar met computers wordt gewerkt, omdat computers (vrijwel) altijd hun gegevens digitaal bewerken en opslaan. Digitaal (afkomstig van het Latijnse woord digitus, dat vinger betekent) is het werken met waarden in discrete stappen. Dit is in tegenstelling tot analoog: het werken met waarden in een continuüm zonder stappen. Zowel digitale als analoge technieken kunnen worden gebruikt voor de opslag en overdracht van informatie, de werking van een instrument, of de manier waarop een waarde wordt weergegeven.

  15. E

    Brede verzamelnaam voor alle digitale inhouden. Binnen e-leren wordt met content in het algemeen leerstof bedoeld. 

    Voorbeelden zijn een stuk digitale tekst, een digitaal artikel, een e-boek, een website, een digitaal videofilmpje of audiofragment.  

  16. Digitale didactiek. Kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ICT bij het organiseren en het faciliteren van het leren.

  17. E-leren of e-learning of elektronisch leren is de verzamelnaam voor leersituaties waarbij gebruik wordt gemaakt van internettechnologie en/of ICT.

  18. Computerprogramma's (software) die het leren ondersteunen.

  19. ELO:

    Elektronische leeromgeving. Een omgeving die e-leren ondersteunt.

  20. F

    Een internetforum (meestal kortweg: forum; meervoud: fora of forums) is een plaats waar mensen online samenkomen om berichten te posten of te lezen, bestanden te kopiëren vanuit de bestandsbibliotheken (libraries) en om regelrecht te praten met andere leden. Je kunt deelnemen aan de discussies in een forum (via berichten of in een gesprek) of gewoon alleen maar meekijken. Er zijn forums voor speciale onderwerpen en forums die heel algemeen zijn.

  21. Gratis software die van internet afgehaald kan worden en die gebruikt mag worden, mits er niets aan veranderd wordt. Er rust copyright op. De software mag niet commercieel verhandeld worden.

  22. G

    Opleiding of leertraject waarbij meerdere leervormen en instructiemethoden gecombineerd worden, namelijk deels via 'traditioneel' leren en deels via e-leren. Gecombineerd leren is een synoniem van 'Blended learning'.

  23. H

    Een HTML-editor is een softwareprogramma om webpagina's aan te maken. Hoewel HTML-code met een gewone teksteditor zoals Microsoft Kladblok geschreven kan worden, kan een HTML-editor door de ingebouwde extra functionaliteit het bijwerken veel gemakkelijker maken.

    WYSIWYG-editors (What you see is what you get) bieden een werkvenster dat lijkt op de pagina zoals ze er uiteindelijk in de webbrowser zal uitzien.

  24. I

    ICT:

    Informatie- en communicatietechnologie: gebruik van computers, telefoon, radio en televisie, telecommunicatie, opname-, afspeel- en reproductieapparatuur. Om informatie te maken, te bewaren, te verspreiden, te gebruiken.

  25. L

    LCMS:

    Een LCMS (Learning Content Management Systeem) is een systeem om leerinhouden te beheren.

    De term LCMS lijkt op CMS (Content Management Systeem), waarmee meestal een platform wordt bedoeld om websites te maken en te onderhouden. Het grootste verschil is dat in een LCMS specifieke leerinhoud wordt beheerd.

  26. Leerdoelen geven concreet weer wat met het onderwijs bereikt moet worden en wat cursisten moeten leren.

    Synoniemen: Leerdoel
  27. Leereenheden zijn arrangementen van leerobjecten. Een samenhangend onderdeel van een cursus, inclusief presentatie, verwerking en toetsing, heeft een bepaalde looptijd en wordt vaak afgesloten met een beoordeling.

  28. Iedereen heeft een persoonlijke leerstijl, dat wil zeggen: een manier van omgaan met leerstof en leeractiviteiten. Er zijn verschillende modellen om leerstijlen in kaart te brengen. Er is onder andere de methode van Kolb en de methode van Vermunt. Sommige leerstijlen zijn beter geschikt voor de student dan andere. Het verdient aanbeveling in het onderwijs rekening te houden met de leerstijlen van studenten.

  29. LMS:

    LMS staat voor "Learning Management System". In een LMS kunnen online cursussen gevolgd worden. Het systeem zorgt voor de volledige administratie van de cursisten: rapportages, gebruikersrechten, betalingsmethoden. Daarnaast bevat het ook nog tools zoals fora, chatbox e.d..

  30. M

    Metadata zijn gegevens (data) die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven. Het zijn dus eigenlijk data over data.

  31. Mind mapping is een zeer effectieve methode om begrippen te verhelderen. Met een mindmap breng je een begrip compact en overzichtelijk in kaart zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de precieze formulering.

  32. Een mouseover is wat er opkomt als je met je muis over een stuk tekst of een plaatje van een website gaat.

    Veel voorkomende mousovers zijn links, menu-items en delen van tekst. Met behulp van de opmaak kan een link met een mouseover een andere kleur krijgen of kunnen andere aspecten van de opmaak veranderd worden, zodat het voor iedereen duidelijk is dat je op de link kunt klikken.

  33. O

    Speciaal uitgeruste ruimte in een opleidingsorganisatie waar cursisten al dan niet onder begeleiding zelfstandig leren.

  34. Open Source Software is software waarvan de broncode wordt vrijgegeven, zodat andere ontwikkelaars en programmeurs een bijdrage kunnen leveren aan de verdere ontwikkeling. Open source software hoeft niet gratis te zijn. Er is ook open source e-learning software beschikbaar (zoals FLE3, Moodle of Dokeos).

    Synoniemen: Vrije software
  35. Open standaarden zijn bestandsformaten en protocollen die vrij kunnen worden toegepast door verschillende producenten en gebruikers en niet worden afgeschermd door een commerciële licentie. Sommige bestandsformaten voor tekst, afbeeldingen en multimedia zijn gesloten. Dat wil zeggen dat ze enkel bruikbaar zijn met software van een bepaalde fabrikant. De bestandsformaten van Microsoft bijvoorbeeld zijn niet (of moeilijk) toegankelijk voor andere softwareproducenten; het gif-bestandsformaat voor digitale afbeeldingen is commercieel beschermd, terwijl de tegenhanger png een open formaat is.

  36. P

    PDF:

    PDF (Portable Document Format) is de de standaard voor de uitwisseling van elektronische documenten en formulieren die in hun oorspronkelijke vorm gereproduceerd moeten kunnen worden. Er zijn programma's om pdf-documenten te maken en/of te lezen.

    Meer info over pdf vind je op:  nl.wikipedia.org/wiki/Portable_Document_Format

  37. De term podcasting is een samentrekking van iPod, de draagbare mp3-speler van Apple, en 'broadcasting' (Engels voor uitzenden). Hoewel de technologie niet alleen bruikbaar is met de iPod, was het succes ervan een belangrijke stap in de ontwikkeling van podcasting. Podcasting staat, in de meest strikte zin, voor een systeem waarin podcasters audiobestanden (mp3) met discussies, cursussen, radioshows, muziekprogramma's enz.

  38. R

    Een repository is een databank die via het internet toegankelijk is. In een repository vind je leerobjecten, bijvoorbeeld foto's, filmpjes, teksten ....

    Naast het leerobject zelf wordt een uitgebreide beschrijving van leerobjecten opgenomen.

    Meestal beschik je over verschillende selectiemogelijkheden zoals:

    • Taal
    • Onderwijstype
    • Beoogde eindgebruiker
    • Soort leermateriaal
    • Aggregatieniveau

  39. RSS:

    RSS staat voor 'Rich Site Summary' of voor 'Really Simple Syndication'. Het is een bepaalde toepassing van de computertaal XML waarmee de inhoud van een website zo wordt opgeslagen dat andere sites deze informatie automatisch in hun eigen omgeving kunnen tonen. Via speciale RSS-readers kun je snel zien welke sites zijn veranderd.
    Ook op deze site vind je RSS-feeds: klik hier voor een overzicht.

  40. S

    SCORM staat voor Sharable Content Object Reference Model en is ontwikkeld door ADL. SCORM is een verzameling technische standaarden die web based leersystemen de mogelijkheid geven om leerinhouden te zoeken, te importeren, te delen, te hergebruiken en te exporteren op een standaardmanier. Het werd vooral geschreven voor verkopers en ontwikkelaars van LMS'en en auteurstools, zodat zij te weten kunnen komen hoe zij aan de standaarden kunnen voldoen.

  41. Kort gezegd is het een filmpje om iets uit te leggen, te laten zien. Dit filmpje kan vergezeld gaan van geluid en zelfs ook een 'talking head' ofwel de verteller is dan in beeld. Het kan bijvoorbeeld gebruikt worden om een applicatie uit te leggen, of een tip te geven. Je kijkt dan als het ware over de schouder van de maker mee. Hij laat zien wat er op zijn scherm gebeurt.

  42. Een zeer interactieve applicatie, waarmee realistische (bedrijfs)situaties worden nagebootst. Zo kunnen medewerkers vaardigheden trainen in een risicovrije omgeving. Ideaal voor het opdoen van praktijkervaring in de procesindustrie.

  43. Dit zijn applicaties waar mensen via internet elkaar kunnen 'ontmoeten', met elkaar kunnen communiceren en samenwerken, bijvoorbeeld een discussieforum, een weblog of een netwerksite. De internetgebruiker is hier zowel consument als producent van de inhoud die op het internet te vinden is.

    Het gebruik van social software is de laatste jaren sterk toegenomen. Er ontstaan communities rond allerlei onderwerpen waarbij mensen ervaringen en meningen uitwisselen.

    Kenmerkend is dat de communicatie persoonlijk en eerlijk verloopt.

  44. Synchroon leren is een leersituatie waarbij cursisten tegelijkertijd via een computernetwerk leren onder online begeleiding van een instructeur.

    Synchrone communicatie: Betrokkenen communiceren  op hetzelfde moment, maar niet op dezelfde plaats. Zo kan bijvoorbeeld een expert een presentatie verzorgen via het internet, terwijl de deelnemers vanaf een andere plaats de les volgen en de gelegenheid hebben om via geluid of tekst (chat) vragen te stellen.

  45. T

    Tool:

    Een tool is een computerapplicatie of een ander digitaal hulpmiddel om software te maken of om bestanden te maken. Voorbeelden van tools zijn editors, tekstverwerkers.

  46. V

    Een virtuele bijeenkomst waarbij de deelnemers niet in dezelfde ruimte zitten, maar elkaar toch synchroon kunnen zien en horen.

  47. W

    De term Web 2.0 verwijst naar wat sommigen zien als de tweede fase in de ontwikkeling van het World Wide Web. Het gaat over de verandering van een verzameling websites naar een volledig platform voor interactieve webapplicaties voor eindgebruikers op het World Wide Web. Volgens sommigen zullen deze uiteindelijk losstaande lokaal geïnstalleerde software overbodig maken.

    Hier vind je overzichten van Web 2.0 - toepassingen:

    Synoniemen: Web2.0
  48. Een webquest is een gestructureerde zoekopdracht, waarbij de cursist, individueel of in groep, op basis van (hoofdzakelijk) internetinformatie een oplossing zoekt voor een bepaald probleem. Webquests bevorderen het denken, ontwikkelen vaardigheden voor probleemoplossing en maken mensen vertrouwd met webtechnologie.

  49. Wiki:

    De term Wiki is afkomstig uit Hawaï en betekent 'snel'. Het is een internettoepassing waarmee een groep mensen samen kunnen werken aan internetpagina's. De inhoud wordt onmiddellijk gepubliceerd, zonder dat een redactie dit nog moet accepteren. Een Wiki kan worden gebruikt om samen teksten te schrijven.

Nog geen lid? Schrijf je nu in

Reeds lid van Toll-net? Aanmelden